De Europese erfrechtverordening

1 april 2015

Per 17 augustus 2015 zal de Europese Erfrechtverordening van toepassing worden. Wat houdt deze verordening in en wat kunnen gevolgen van deze verordening voor u zijn?

De Europese Erfrechtverordening (hierna te noemen: Erfvo) zal van toepassing worden in de lidstaten van de Europese Unie, met uitzondering van het Verenigd Koningkrijk, Ierland en Denemarken.

De Erfvo bevat bepalingen met betrekking tot onder andere het toepasselijke erfrecht en vervangt de nationale regels van de lidstaten ten aanzien van de vererving van vermogen in internationale gevallen.

De Erfvo is van toepassing op de erfopvolging van personen die overlijden op of na 17 augustus 2015. Op nalatenschappen die voor die datum zijn opengevallen (dus wanneer de erflater voor die datum is overleden), blijven de nationale regels van de lidstaten van toepassing.

In mijn eerste artikel op deze site ben ik ingegaan op het toepasselijke erfrecht zoals dat op dit moment in Nederland en in Frankrijk geldt. Dit blijft dus actueel ten aanzien van nalatenschappen die voor 17 augustus 2015 zijn opengevallen.

In dit artikel wil ik ingaan op wat er onder andere zal veranderen voor nalatenschappen die vanaf 17 augustus 2015 openvallen.

Het van toepassing zijnde erfrecht vanaf 17 augustus 2015

Wanneer een erflater overlijdt op of na 17 augustus 2015 en deze persoon heeft geen rechtskeuze uitgebracht voor het toepasselijke erfrecht, dan geldt het volgende: zijn/haar nalatenschap vererft naar het recht van de staat waar hij/zij op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had.

Bijvoorbeeld: een erflater woont ten tijde van zijn overlijden in Nederland. Op de vererving van zijn vermogen is het Nederlandse erfrecht van toepassing, ook op de vakantie woning in Frankrijk.

Het begrip gewone verblijfplaats is een feitelijk begrip. Gekeken moet worden naar alle aspecten die het leven van de erflater in de jaren voor zijn overlijden en op het tijdstip van overlijden hebben gekenmerkt. Er moet vooral gekeken worden naar de duur en de regelmatigheid van de aanwezigheid van de erflater in de betrokken staat en naar de omstandigheden van en de redenen voor het verblijf. De erflater dient een nauwe en duurzame band met de betrokken staat te hebben.

Wanneer een erflater in de gemeentelijke basisadministratie in Nederland is ingeschreven, dan betekent dat niet automatisch dat de woonplaats van deze erflater in Nederland was. Tot de conclusie kan gekomen worden dat de laatste woonplaats in Frankrijk lag, bijvoorbeeld omdat de erflater daar de meeste tijd van het jaar verbleef, daar lid was van clubjes, daar de krant ontving, etc.

Soms kan het lastig zijn om te bepalen wat de laatste gewone verblijfplaats was. Denk bijvoorbeeld aan een expat die een aantal jaren in een land woont, maar nauwe banden met zijn land van oorsprong heeft behouden. Of denk aan de persoon die in verschillende staten heeft gewoond zonder zich ergens voor langere tijd te vestigen. In dat geval staat de ErfVo toe om van de hoofdregel af te wijken. In het geval van de expat kan tot de conclusie gekomen worden dat het erfrecht van het land van oorsprong van toepassing zal moeten zijn. In het tweede voorbeeld zou de nationaliteit of de plaats waar de voornaamste goederen gelegen zijn, kunnen meewegen bij de beoordeling welk erfrecht van toepassing is.

Het is op grond van de ErfVo mogelijk om voor het overlijden een rechtskeuze uit te brengen voor het toepasselijke erfrecht. Een rechtskeuze welke is gemaakt voor 17 augustus 2015 blijft geldig.

De rechtskeuze is niet onbeperkt: een rechtskeuze kan worden uitgebracht voor het recht van de staat waarvan de testateur op het moment van de rechtskeuze of op het moment van zijn overlijden de nationaliteit bezit.

Dat betekent dat een Nederlander die in Frankrijk woont, een rechtskeuze uit kan brengen voor het Nederlandse erfrecht.

Dit is een groot verschil ten opzichte van het huidige Franse internationale erfrecht. Op grond van het huidige Franse internationale erfrecht is een rechtskeuze niet mogelijk. Dat betekent dat wanneer de erflater in Frankrijk woonde ten tijde van zijn overlijden, zijn gehele nalatenschap vererft naar Frans recht.

Wat betekent dit concreet voor u?

Stel: u woont in Nederland, u heeft de Nederlandse nationaliteit en u bezit een vakantiewoning in Frankrijk.

Op dit moment is op grond van het Franse internationale recht nog het Franse erfrecht van toepassing op de vererving van deze vakantiewoning.

Overlijdt u echter op of na 17 augustus 2015, dan is het Nederlandse recht op de vererving van deze vakantiewoning van toepassing.

Stel: u woont in Frankrijk

Op dit moment is op grond van het Franse internationale recht nog het Franse erfrecht van toepassing op de vererving van al uw vermogen, met uitzondering van eventueel buiten Frankrijk gelegen onroerend goed.

Overlijdt u echter op of na 17 augustus 2015, dan is het Nederlandse recht op de vererving van al uw vermogen van toepassing, mits u een rechtskeuze heeft uitgebracht voor Nederlands recht. Heeft u geen rechtskeuze uitgebracht, dan is het Franse erfrecht van toepassing op de vererving van al uw vermogen, ook op de vererving van buiten Frankrijk gelegen onroerend goed.

Wordt het afwikkelen van een nalatenschap met internationale aspecten vanaf 17 augustus 2015 eenvoudig?

Ik hoor en lees vaak dat het afwikkelen van een internationale nalatenschap vanaf 17 augustus 2015 eenvoudig wordt. Een Nederlands testament zou nu geheel in Frankrijk kunnen worden uitgevoerd.

Helaas, zo makkelijk is het wat mij betreft niet.

Een groot voordeel van de ErfVo is dat er een uniforme regeling zal zijn voor de 25 lidstaten van de Europese Unie. De erfgenamen van een erflater die in Nederland woonde en een vakantiewoning in Frankrijk nalaat, worden niet meer geconfronteerd met èn het Nederlandse erfrecht èn het Franse erfrecht.

Het Nederlandse erfrecht bij versterf, dat wil zeggen: de manier waarop een nalatenschap vererft wanneer de erflater niet anders bij testament heeft geregeld, is de wettelijke verdeling: de langstlevende echtgenoot verkrijgt al het vermogen en de kinderen krijgen hun erfdeel in de vorm van een vordering op de langstlevende echtgenoot.

Ook wanneer een Nederlandse testateur in Nederland een testament maakt, wordt hierin vaak bij de wettelijke verdeling aangesloten.

Vanaf 17 augustus zal de Nederlandse wettelijke verdeling in Frankrijk uitgevoerd moeten worden, bijvoorbeeld ten aanzien van de in Frankrijk gelegen vakantiewoning. Vanaf dat moment is het dus mogelijk dat de kinderen hun erfdeel ontvangen in de vorm van een vordering op de langstlevende, welke vordering niet direct opeisbaar is.

Een probleem kan zijn de term ‘verdeling’. Al is er in wezen geen sprake van een verdeling, een risico bestaat dat de Franse fiscus stelt dat een ‘droit de partage’ van (thans) 2,5% verschuldigd zal zijn. Dat risico speelt met name bij de ‘quasi wettelijke verdeling’ welke regelmatig in Nederlandse testamenten wordt opgenomen. Wil men het risico van het ‘droit de partage’ vermijden, dan kan het te overwegen waard zijn om een andere regeling in het testament op te nemen voor het Franse vermogen.

Van belang is het om ook te kijken naar de fiscale consequenties van een regeling zoals de wettelijke verdeling. De ErfVo ziet namelijk niet op de erfbelasting. Frankrijk blijft dan ook bevoegd om belasting te heffen op grond van haar eigen regels.

Bijvoorbeeld: een testateur woont in Frankrijk. Hij stelt bij zijn Nederlandse notaris een testament op waarin hij een rechtskeuze uitbrengt voor het Nederlandse erfrecht. In het testament verklaart hij de wettelijke verdeling van toepassing en betrekt hij een stiefkind in de wettelijke verdeling. De verkrijging door dit stiefkind wordt in Frankrijk belast tegen 60% erfbelasting.

Daarnaast ziet de ErfVo niet op de aard van zakelijke rechten. Indien zich in een lidstaat een zaak bevindt en volgens het toepasselijke erfrecht zou ten aanzien van die zaak een zakelijk recht gelden terwijl de lidstaat dit zakelijke recht niet kent, dan moet dit zakelijke recht worden ‘vertaald’ naar een zakelijk recht dat de lidstaat, waarin de zaak is gelegen, wel kent. Een zakelijk recht is bijvoorbeeld het vruchtgebruik.

Zowel Nederland als Frankrijk kennen het vruchtgebruik. Echter, volgens het Nederlandse recht kan aan de vruchtgebruiker de bevoegdheid worden toegekend om het vruchtgebruik vermogen zelfstandig te verkopen en om er op in te teren, wat in beginsel volgens het Franse recht niet mogelijk is.

Een Nederlands vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid is dus niet zonder meer in Frankrijk uitvoerbaar, ook niet vanaf 17 augustus 2015.

Dit zijn voorbeelden van bepalingen die bij de praktische toepassing in Frankrijk problemen kunnen geven. Er zijn echter nog veel meer problemen te bedenken.

Het blijft dan ook van belang dat in een internationale situatie vooraf (dat wil zeggen: voor het overlijden) wordt bekeken of de wensen van een erflater na zijn/haar overlijden zo kunnen worden uitgevoerd als hij/zij voor ogen heeft, waarbij tevens gekeken dient te worden naar de fiscale consequenties in de diverse landen. Woont u in Frankrijk en heeft u de Nederlandse nationaliteit, dan kan bekeken worden of het uitbrengen van een rechtskeuze voor Nederlands erfrecht verstandig is. Of dat het geval is, hangt helemaal af van uw persoonlijke situatie en uw wensen.

Henriette van Zelm van Eldik ©